menu

A Foggy Day

Dit is geen leuk verhaal. Iemand begraven voor zijn tijd, een pastoor die de verkeerde voor zich heeft, een condoleance waarbij de cake oudbakken is en de koffie koud - het is droefenis op droefenis gestapeld. Maar het is wel een mooi verhaal over de magie van muziek. Hoe muziek tranen ontzout, snot oplost, boosheid blust, doodgravers ontregelt en oude vrienden herenigt. 

A Foggy Day - Louis Armstrong and Ella Fitzgerald - Jongbelegen.nu

Het gaat zo. In 1982 ging mijn vader dood, op 56-jarige leeftijd, het levensjaar waarin krachtige mannen verdwijnen als vliegtuigen in de Bermudadriehoek. Mijn religieuze moeder wilde een dienst in de kerk, ook al geloofde mijn vader meer in de grote boze wolf dan in een opperwezen. In de lelijkste kerk van Delft, waar de zon geweerd wordt door bruingrijs glas-in-lood, stond zijn kist, waar de pastoor naar wees toen hij zei: ‘Henk hield van bloemen en dieren’. Dat was niet zo. Henk had een hond, die hij stiekem in de keuken plakken worst gaf, maar verder hield hij alleen van dieren die hij op kon eten. Hij heeft ook nooit een ruikertje voor mijn moeder meegenomen, behalve af en toe een tak met bloesem die hij van een boom afgerukt had. 'Henk hield van de fabriek,’ zei de pastoor. Frank de Sproet, Tinus Traag en Humbolt de Surinamer begonnen te schuiven op hun bankje. Zijn collega’s, ze wisten wel beter. 'Henk was een goed katholiek’, beweerde de pastoor en toen begon mijn moeder hoorbaar te huilen. Van woede, niet van verdriet. Je kon alles van Henk zeggen, maar niet dat hij een goed katholiek was. Hij weigerde zelfs met Kerstmis mee te gaan naar de kerk en vond de paus een viezerik. Die pastoor lulde maar wat uit zijn kazuifel, was de algemene opinie toen het treurende gezelschap weer buiten stond. Het was godverdomme godgeklaagd. Meer boos dan verdrietig ging het richting verbrandingsoven, waar we moesten wachten omdat er een file was ontstaan vanwege een defecte transportband die de kist het vuur in moest leiden. Ik zag om me heen de ergernis toenemen. Eerst die vertoning in de kerk, en nu dit. De dingen namen toch hun keer en zo belandden de rouwenden, de bozen, de gefrustreerden en de allang bevredigde nieuwsgierigen in het achterzaaltje waar kouwe koffie en cake van de vorige dag de nare smaak van dit fiasco moesten wegspoelen. Ik hield een toespraak, probeerde recht te zetten wat de pastoor om had gegooid, en besloot met de woorden 'Dan wil ik nu graag een paar liedjes laten horen waar mijn vader dol op was’. De avond daarvoor was ik met de lp Ella & Louis van Ella Fitzgerald en Louis Armstrong naar het huis van mijn vriend gegaan. Dat was de enige plaat die mijn vader draaide. De zus van mijn vriend had een cassettedeck, dat ze normaal bewaakte als valse kettinghond, maar voor deze gelegenheid deed ze haar muilkorf om en zweeg. Ik tapete de liedjes op een cassettebandje, een Maxell XLII-90 Chrome, de beste kwaliteit. Je vader gaat maar één keer dood. Ik koos ‘They Can’t Take That Away From Me’, ‘A Foggy Day’, ‘Stars Fell on Alabama’, ‘Cheek to Cheek’ en ‘Isn’t This a Lovely Day’. Met dat laatste liedje begon de tape.
De muziek raakte een snaar of sloeg zelfs een heel akkoord aan bij het gezelschap dat er zo zoetjesaan wel genoeg van had en huiswaarts wilde. Eerst was er ongeloof: ‘A lovely day’? Er werd gesist en in nekken gefluisterd. Zo ongepast! Maar er verschenen ook brede glimlachen, men ontspande, je zag de schouders zakken. Er was een overslaande stem, mijn tante, die huilend ome Piet beetpakte en begon te dansen. Dat kwam mooi uit, want Ella en Louis voerden het tempo iets op met ‘Cheek to Cheek’, dat begon te spelen. Er werden meer paartjes gevormd, tot verbijstering van de uitvaartondernemers, die het zaaltje graag wilden ontruimen. Er ging een heupflesje drank van hand tot hand. Mijn moeder, extreem gevoelig voor decorum, keek vertwijfeld in het rond, wist niet wat ze ervan moest denken, maar ze bood geen weerstand toen ik haar in mijn armen nam en ons liet meevoeren door de tedere samenzang van Ella en Louis in ‘Stars Fell on Alabama’. Niemand maakte aanstalten om te vertrekken, op Kees na, het gemeenteraadslid dat zijn carrière aan de draaibank had verruild voor de politiek en kwaad bloed had gezet bij zijn ex-collega’s door onuitstaanbaar uit de hoogte te doen. Het was de vrouw van Tinus Traag die hem terugriep en streng zei 'Kees van Meers, dans met me.’ Even later hing Kees met natte wangen slap tegen de vrouw van Tinus aan, die hem over zijn hoofd aaide, want Kees was de beste vriend van mijn vader geweest en hij had groot verdriet. Maar Kees was meer bezig geweest met de stille ruzie tussen hem en Tinus, Frank en Hummie, die de hele tijd oorverdovend was geweest. Het was de aanblik van de door verdriet overmande Kees die de drie stoere machinebankwerkers ontdooide. Ze namen Kees over van Tinus’ vrouw en gevieren stonden ze in het midden van de ruimte, armen om elkaar heen, hees fluisterend. Het was de eerste keer dat mijn moeder glimlachte die dag. En Louis klonk als het overdrukventiel van een drukvat vol menslievende levensvreugde toen hij zong: 'It turned out to be the luckiest day I’ve known’. ‘A Foggy Day’, mijn vader was nooit in Londen geweest. Hij had nooit in een vliegtuig gezeten.
Maar ik zag hem daar lopen met mijn moeder, zachtjes neuriënd: 'And through foggy London Town the sun was shining everywhere...’.

april 2020
Ron Kampers
Woordenaar op vrije voeten. Niet brutaal genoeg voor de journalistiek, zei zijn vader ooit. Die ouwe had gelijk. Gevoelig genoeg voor cultuur- en entertainment journalistiek. Dan dan weer wel, al bijna 40 jaar.

Goed stuk

Deel dit artikel: