menu

Episch kut

In een heuse ‘mancave’ - kelder, pick up, metertje elpees, bank en een rookgebod - zitten twee bevriende vaders te praten over hun puberkinderen. De vraag is of ze de nieuwe generatie nog kunnen overhalen om naar 'hun’ muziek te luisteren. Bromt de ene vader: 'Mijn zoon luistert alleen maar naar Epic Music'. Het subgenre is terra incognita voor de oude mannen.

Episch kut - Jongbelegen.nu

Google leert dat het gaat om muziek die speciaal voor filmtrailers is gecomponeerd: bombastische tunes, met veel aanzwellende strijkers en donderende pauken. 'Effect Music is een betere naam', monkelt de ander na het horen van een paar voorbeelden. 'Je begint gewoon met een simpele, dramatische melodie in een mineur toonsoort. Je voegt een hartslagachtige percussie toe, niet te veel, om het spannend te houden. Dan volgt de repetitieve baslijn en verdubbel je de percussie. Gooi er massieve koorzang bij. Langzaam verdikken die handel en dan: de pauken en bekkens erin! Een extra octaaf van het koor erbij, de meters op tien en gaan...' 'Pfft, juist. Een gebotoxte Carmina Burana-sound. En geen dissonanten, hè, want dat laat die bombast en de oppomperij als een ballon leeglopen!' De mannen zijn het weer eens eens: het gaat nooit meer beter worden dan toen er nog échte muziek gemaakt werd. 
Maar ergens knaagt het. Want toen de mannen zelf 15 waren luisterden ze ook naar verdomd epische muziek uit een doosje. Klaus Schulze, Edgar Froese, Tangerine Dream, Vangelis Papathanassiou, Walter/Wendy Carlos, Gong, Tonto’s Expanding Head Band - muziek van cosmic cowboys op analoge synthesizers. Al in hun tijd door velen bespot en gemarginaliseerd, en na de komst van Kraftwerk, Giorgio Moroder en Gary Numan met z'n electrische vrienden de ruimte in geschoten, uit het zicht. Tussen de platen die Robert Moog hielp bouwen, vinden de mannen een extra speciaal bouwwerk uit 1975 terug, waar destijds lange luistersessies aan besteed werden: Synergy // Electronic Realizations for Rock Orchestra. De naald daalt en de eenmans synthesizerband van Larry Fast zet de deuren naar de kosmos wagenwijd open.
De mannen roken zwijgend een joint. Even zijn ze terug op een jongenskamer met heiligenbeelden, rood fluweel, wierook, rumthee, en de Lenco Marantz Wharfdale-combinatie. Na een kwartier is het gedaan met de nostalgie. 'Best wel heel erg kutmuziek, vind je niet?' oppert de een. 'Episch kut', bevestigt de ander. 
Ze draaien door. Schulze (Picture Music): donkere, abstracte geluidswolken, je hoeft alleen maar naar de achterkant van je oogleden te kijken om je eigen surrealistische film af te spelen. Gelukkig, het werkt nog. Edgar Froese (Aqua): damn! De Duitse knoppendraaiers samen in Tangerine Dream (Zeit): yeah, dat is het, steengoed, daar moet die jongen toch ook voor te porren zijn! Tegen zijn zin wordt de puber erbij gehaald, nadat ze eerst de ramen even tegen elkaar open hebben gezet. Alsof dat helpt. Maar die heeft het snel gehoord. Close but no cigar. 'Wat is muziek zonder climax?', vraagt hij retorisch als hij weer de trap op sloft. De mannen kijken elkaar in de rooie oogjes. 'Climax? Dit is verdomme één lange climax, een soort tantraseksmuziek, gast! Maar goed, misschien heeft de jongen een punt. Climax en instant bevrediging zijn het format van deze tijd'.
Maar het zit ze niet lekker. Er moet toch iets tussen die jaren zeventig shit staan waar je die jongen weer mee op het juiste pad kan brengen? Opeens valt er een bloedrode lp uit de kast: Profondo Rosso, de soundtrack van de beresterke thriller van Dario Argento uit 1975. Ingespeeld door een stel Italianen onder de naam Goblin. Argento wilde eigenlijk Pink Floyd hebben, maar die waren niet geïnteresseerd. Beter zo. Want dit is bellissimo. Zeker die bassplayer Fabio Pignatelli, met z'n Rickenbacker (een 4001 Tuxedo met een Ric-O-Sound box) voorin de mix. Ingekookte blues, jazz, rock en funk, met sissende bekkens, bonkende baslijnen en gotische orgels, stuiterend van de ene climax naar de andere. Een soundtrack met een ongekend jaren zeventig gevoel. Zo goed dat je die film helemaal niet nodig hebt. De mannen zijn blij. Kijk, deze filmmuziek is pas episch, willen ze maar zeggen. Maar dat doen ze toch maar niet. Laat die jongen. Laat hem naar die trailertrash luisteren. Ze waren in de jaren zeventig tenslotte anders gek dan vandaag de dag. 

maart 2020
Ron Kampers
Woordenaar op vrije voeten. Niet brutaal genoeg voor de journalistiek, zei zijn vader ooit. Die ouwe had gelijk. Gevoelig genoeg voor cultuur- en entertainment journalistiek. Dan dan weer wel, al bijna 40 jaar.

Goed stuk

Deel dit artikel: